De gemechaniseerde oorlogvoering.

Experimenten en ervaringen van 1935 tot 1940.

De eerste wereldoorlog werd gekarakteriseerd door relatief statige frontlinies die letterlijk honderden kilometers over bergen en velden dwars door Europa trokken. In een gebied dat zelden dieper was dan twintig kilometer vochten en stierven honderden duizenden manschappen voor onbeduidende verschuivingen van het front. In contrast daartoe werd de tweede wereldoorlog gekarakteriseerd door snelle veranderingen in de frontlinies, plotselinge opmarsen van kilometers per dag en zelfs per uur en het behalen van belangrijke doelen met relatief weinig verliezen in manschappen. Het grote verschil tussen deze oorlogen zit in de ontwikkeling van de gemechaniseerde mobiele oorlogvoering. Deze is ontwikkeld uit twee verschillende concepten die tijdens de eerste wereldoorlog ontstonden met als doel de patstelling aan het front te doorbreken. Deze twee concepten waren de tank en de infiltratie tactieken. Samengevoegd vormden ze de "Blitzkrieg" welke gezien mag worden als de meest belangrijke technische en tactische ontwikkeling in de kunst en wetenschap van de oorlogvoering te land in de voorgaande eeuw.

Het begin, 1916-1935.

In 1914 marcheerde Europa de oorlog in waarbij verwacht werd dat er na een paar maanden van snelle operaties een vroege overwinning behaald zou worden. Al snel bleek dat de kracht van het machinegeweer in combinatie met artillerie en prikkeldraad te veel was voor de infanterie en een perverse staat van beleg die we nu kennen als loopgravenoorlog begon. De conventioneel georienteerde generaals uit die tijd deden hun best maar konden geen andere oplossing vinden om deze patstelling te doorbreken dan steeds grotere hoeveelheden aan manschappen en artillerie granaten op de vijand af te sturen. Ondanks de zich steeds herhalende massa slachtingen probeerde men het steeds opnieuw om enkel nog rampzaliger te eindigen als in voorgaande slachtingen. De gezetelde leiders waren niet bereidt te accepteren dat deze methodes achterhaald waren maar in beide kampen waren ook denkers die probeerden oplossingen te vinden voor het probleem. Naarmate de tijd vorderde vonden deze denkers enige acceptatie.

In het westerse kamp was de oplossing technologisch, de tank. Aanvankelijk een Engelse ontwikkeling op suggestie van Winston Churchill. Dit was een voor de hand liggende oplossing en de Franzosen, Italianen en de Russen werkten aan soortgelijke projecten. Het basis idee bestond er uit een tractor te nemen die je voorziet van pantserplaten om de kogels van machinegeweren te kunnen weerstaan en het voertuig van wapens te voorzien om zelf vuurkracht op de tegenstander te kunnen brengen. Voorzien van rupsbanden is de tractor in staat om obstakels zoals loopgraven en prikkeldraad die de infanterie zo lang frustreerde te overkomen. De tank werd gezien als een middel om de infanterie te helpen los te breken van de patstelling die ontstaan was door de loopgravenstellingen en het werkte.

In het Duitse kamp ontwikkelde men een fylosofische oplossing. Hier viel men niet terug op technologie maar nam men een kritische kijk op de gebruikelijke tactieken en ontwikkelde de infiltratie tactieken. Dit waren totaal andere methodes dan de standaard tactieken die in die dagen gebruikelijk waren. De geaccepteerde tactieken lieten voor een aanval de artillerie dagen, soms weken, de tegenstander bombarderen maar bij een infiltratie ging de aanval van start na een kort "wervelwind" bombardement. De voorkeur tactieken van de infanterie aanval bestond uit overweldigende aantallen manschappen die in compacte formaties voorwaarts trokken maar bij infiltraties bestond de infanterie uit kleine formaties van manschappen die zich aanpasten aan het terrein. En waar de orthodoxe tactieken het noodzakelijk maakten dat weerstandsnesten van de tegenstander werden opgeruimd voordat men verder trok lag bij de infiltratie de nadruk op het veroveren van terrein waarbij men weerstandsnesten omtrok om te worden opgeruimd door een tweede of derde aanvalsgolf. Infiltratie tactieken werkten en brachten in het voorjaar van 1918 Duitsland dicht bij de overwinning. Het kwam te laat want in het voorjaar van 1918 waren de Amerikanen op het continent en de wurggreep van de Royal Navy op Duitslands buitenlandse handel veroorzaakte ernstige voedseltekorten in Duitsland. De onrust op het thuisfront liep parallel aan de demoralisatie van de troepen aan het front.

In de latere delen van de oorlog van 1918 begonnen de westerse machten met overweldigende hoeveelheden aan manschappen, ondersteund met zwermen tanks, de Duitsers terug te drijven. Eind September zochten de Duitsers een einde aan de oorlog en in November werd een wapenstilstand bereikt. De westerse machten hadden gewonnen. De infanterie, waar nodig ondersteund door tanks had bewezen het ultieme wapen te zijn.

Niet iedereen was er van overtuigd dat de manier waarop de westerse machten de laatste operaties uitvoerden de beste manier was. Een criticus was J.F.C. Fuller, een Engelse stafofficier die gediend had met tanks. Hij was er van overtuigd dat de tanks een onafhankelijke zelfstandige rol konden vervullen. Tijdens de zeer experimentele slag om Cambrai (20-26 november 1917) had hij gezien wat tanks konden bereiken. Tijdens deze slag gingen drie tankbrigades in de aanval zonder de gebruikelijke voorafgaande artillerie beschietingen maar direct ondersteund door zes infanterie divisies. De resultaten waren verrassend want in zes dagen werd een opmars bereikt van ongeveer 10 kilometer. Dit was de meest belangrijke frontverschuiving sinds 1915. Door een tekort aan infanterie verloren de Engelsen het veroverde gebied na enkele weken van behendige Duitse tegenaanvallen. Fuller had gezien waartoe tanks in staat waren en voor toekomstige operaties stelde hij voor Cambrai overnieuw te doen. Dit vond weinig symphatie bij de hogere bevelhebbers.

Fuller's plan voor 1919 bestond uit zware tanks die een doorbraak moesten forceren door de Duitse loopgravenstellingen. Met het front open zouden er lichte tanks door de opening stoten gevolgd door infanterie in transport tanks en vrachtwagens om de lichte tanks te kunnen bijhouden. Deze mobiele strijdmacht zou diep doordringen in het achterland van de tegenstander om verbindingen, bevoorrading, versterkingen en een eventuele terugtocht te ontwrichten. Hij was er van overtuigd dat de westerse machten op deze manier grote delen grondgebied op de Duitsers konden veroveren met relatief weinig verliezen aan manschappen. De oorlog eindigde voor 1919 maar ook al was dit niet het geval geweest is het zeer onwaarschijnlijk dat dit plan was goedgekeurd. Het idee dat tanks de belangrijkste factor zouden zijn tijdens een aanval was te radicaal. De westerse machten hadden in de combinatie van de tank met de infanterie een techniek gevonden die werkte en waren niet van plan daar van af te wijken. Het laatste woord was er nog niet over gezegd want Fuller en andere tank voorstanders zouden na de oorlog verschillende boeken schrijven die een andere toepassing van tanks voorstelden. Hetzelfde gebeurde bij de tegenstanders.

Er dient op dit punt wel vermelding te worden gemaakt dat er weinig discussie bestond over de vraag of legers gemotoriseerd dienden te worden. De meeste legers waren er na de eerste wereldoorlog over eens dat de troepen en materialen baat hadden bij mechanisch transport om het slagveld efficiënt te kunnen bereiken. Eenmaal op het slagveld zouden de troepen vechten volgens de "normale" methodes van 1914-1918. Afgezien van de kosten-bewusten waren de enige tegenstanders de mensen van de cavalerie die meenden dat het paard nog steeds op het slagveld gebruikt kon worden. Motorisatie is slechts de helft van het verhaal want de tank-mensen, ongeacht de wijze waarop ze dachten dat tanks gebruikt moesten worden, verkondigden het gebruik van gemechaniseerde gevechtsmachines op het slagveld zelf.

Tijdens de twintiger jaren werd er een behoorlijke hoeveelheid inkt verspild over de vraag hoe de tanks het best te gebruiken waren. Het resulteerde in vier verschillende stromingen.

(1) Puur tanks.

Deze zagen de tanks als het ultieme wapen dat in staat zou zijn om alle weerstand onder de voet te lopen in een massieve frontale aanval. Over het algemeen werden de mogelijke aandelen die andere wapens zouden kunnen leveren, ook als deze net zo mobiel zouden zijn als tanks, genegeerd. Als er een rol werd weggelegd voor de infanterie of de artillerie dan was het een onbeduidende rol. Een van de bekendste voorstanders was Giffard LeQ Martel, een Engelse officier. In 1927 stelde hij een divisie voor van 720 twee mans tanks bewapend met machinegeweren en 120 tanks met licht geschut zonder verdere ondersteuning. Hij was er serieus van overtuigt dat deze strijdmacht iedere andere combinatie van wapens onder de voet kon lopen. Deze stroming heeft tot gevolg gehad dat de Engelse, Amerikaanse en Russische pantser divisies uit het begin van de oorlog slecht uitgebalanceerd waren. Het is dan ook verantwoordelijk te noemen voor enkele aanzienlijke rampen.

(2) Infanterie tanks.

Dit is de gedachte van de conservatieven. Zij waren van mening dat de tank hoofdzakelijk ingezet moest worden om de infanterie te ondersteunen. Tijdens het gevecht wordt de tank gebruikt als een soort mobiele bunker die de infanterie te hulp komt om te helpen bij het opruimen van locale obstakels. Dit was hoofdzakelijk de rol die de tank had vervult tijdens de eerste wereldoorlog. Deze gedachte zou de theoriën van verschillende legers blijvend domineren. Op deze basis werden er in de Franse, Engelse, Japanse en Russische legers aanzienlijke infanterie ondersteunende gepantserde eenheden geformeerd. Er is uiteraard wel wat te zeggen voor deze gedachte.

(3) Cavalerie tanks.

Mannen zoals de Amerikaan Adna Chaffee en de Fransoos Maxine Weygand zagen in de tanks een mogelijke oplossing voor de cavalerie om de rol van de cavalerie in het gevecht, welke gefrustreerd was door het machinegeweer, weer terug te geven. Licht gepantserde eenheden zouden de traditionele rol van de cavalerie van verkenning, flankbeveiliging en strategische of tactische achtervolging op zich nemen. Het Italiaanse, Franse en Engelse leger organiseerden aanzienlijke eenheden volgens deze gedachte. Het Amerikaanse, Duitse en Russische leger organiseerden kleinere eenheden, hoofdzakelijk voor de verkenning. Het zou blijken dat er ook voor deze gedachte wel iets te zeggen valt.

(4) Gecombineerde wapens.

Deze gedachte voorzag in reden en compromis en werd het eerst naar buiten gebracht door de Engelsman B.H. Liddell Hart.

Liddell Hart, een junior Engelse officier, combineerde delen van Fuller's plan 1919 met de Duitse infiltratie tactieken. Het idee bestond uit een volledig mobiele eenheid welke het front kon doorbreken om daar op volgend het achterland van de tegenstander te ontwrichten en de vijandige troepen aan het front te isoleren. Vreemd genoeg kwam een Duitse officier, Heinz Guderian, met een soortgelijk concept. In zijn boeken van na de oorlog zegt hij door Liddell Hart te zijn geïnspireerd maar zijn boeken van voor de oorlog bevestigen dit niet.

Guderian's achtergrond was anders als de achtergrond van Liddell Hart. Om te beginnen had Duitsland weinig ervaring opgedaan met tanks tijdens de eerste wereldoorlog. Na afloop van de eerste wereldoorlog mocht Duitsland geen tanks bezitten en moest het leger worden teruggebracht naar een sterkte van 100.000 man. Dit werd in Duitsland niet erg serieus genomen maar het Duitse leger was voorzichtig. In het begin van de twintiger jaren werd Guderian aangewezen als hoofd voor de ontwikkeling van motor transport, in werkelijkheid een dekmantel voor de ontwikkeling van tanks. Als een van zijn eerste daden informeerde hij wat volgens de Duitse cavalerie de rol zou moeten zijn van een gemechaniseerde eenheid. De Duitse cavalerie suggereerde verkenning en Guderian richtte daarop zijn experimenten op gemechaniseerde verkennings eenheden. Zelfs bij de vroegste experimenten van Guderian, waarbij gesimuleerde tanks werden gebruikt, ziet men het concept van een volledig mobiele eenheid van gecombineerde wapens. Dit wil niet zeggen dat Guderian zijn handen vrij had. Ook hij had problemen met extremisten maar uiteindelijk zou er in Duitsland een "correct" concept ontstaan voor het voeren van een gemechaniseerde oorlog terwijl men in Engeland bleef vasthouden aan hoofdzakelijk incorrecte concepten. Ook Frankrijk en Amerika, die op latere datum met de ontwikkeling van gemechaniseerde oorlogvoering bezig gingen, hielden vast aan hoofdzakelijk incorrecte concepten.

En dan was er nog Rusland. Het probleem met Rusland is dat het land in die tijd zoveel geheim hield dat het vandaag nog moeilijk is om deze informatie te achterhalen. Op sommige punten lijkt het de gedachte van pure tank eenheden te hebben gevolgd maar soms weer de gedachte van gecombineerde wapens. Het basis idee lijkt te zijn geweest dat de tank ondergeschikt was aan de infanterie. Dit is een verrassende houding aangezien de Russen werden geacht in een revolutionaire situatie te zijn. Enkele van de Russische operaties tijdens de Poolse oorlog van 1920-1922 bestonden juist uit diepe penetraties zoals Liddell Hart en Fuller verkondigden.

Rond het jaar 1930 hadden alle belangrijke grotere landen geexperimenteerd met tank formaties maar geen enkele had grotere eenheden geformeerd dan een brigade. De geaccepteerde doctrine was in de meeste landen dat de tank de infanterie diende te ondersteunen. Sommige landen zoals Engeland en Frankrijk vonden het idee van gemechaniseerde cavalerie redelijk acceptabel. Er waren daardoor rond deze tijd twee verschillende ontwikkelingen gaande en deze situatie zou zich de komende vijf jaren handhaven. Maar in 1933 vond er een uiterst belangrijke ontwikkeling plaats, Hitler kwam aan de macht met de intentie Duitsland te bewapenen. Een van zijn eerste daden was het bestuderen van Duitsland's militaire situatie en in dat verband werd Guderian gevraagd zijn experimentele gevechts technieken te demonstreren. Binnen enkele dagen organiseerde Guderian een gemechaniseerde verkenningseenheid van verbonden wapens bestaande uit infanterie op motorfietsen, lichte anti-tank kanonnen, pantserwagens en panzer I tanks en leidde deze in een demonstratie. Hitler was onder de indruk en verschafte Guderian officieële goedkeuring om zijn experimenten voort te zetten. In 1934 gaf Hitler toestemming tot de formatie van panzer divisies gebaseerd op de principes van Guderian en in 1935 werden er drie divisies geformeerd. Dit waren niet de eerste pantser divisies die de wereld zou kennen.

In 1934 ontwikkelden de Franzosen de licht gemechaniseerde divisie. De organisatie van deze divisie bezat veel overeenkomsten met de voorstellen van Guderian zoals deze werden goedgekeurd. De balans tussen tank en infanterie elementen waren overeenkomstig met een verhouding van 4:3. Het verschil bestond er uit dat Guderian een onafhankelijke rol voor deze divisies bedacht terwijl de Franse licht gemechaniseerde divisie werd gebruikt als een infanterie ondersteunende formatie met pretenties een cavalerie formatie te zijn. De gebruikte doctrine voor de licht gemechaniseerde divisie was totaal verkeerd.

Eind 1935 was de situatie als volgt;

- Engeland
Een tank brigade met een infanterie ondersteunende taak, verschillende kleinere tank formaties met eenzelfde taak en enkele gemechaniseerde cavalerie eenheden.

- Frankrijk
Een experimentele licht gemechaniseerde divisie, verschillende tank regimenten met infanterie ondersteunende taken en enkele gemechaniseerde cavalerie formaties.

- Italië
Enkele infanterie ondersteunende tank formaties en gemechaniseerde cavalerie eenheden.
(De ontwikkelingen in Italië leken de ontwikkelingen in Frankrijk te volgen)
- Japan
Een tank brigade en verschillende regimenten ter ondersteuning van de infanterie.
(Japan is niet verder gegaan dan dit simpele concept)

- Rusland
Een aanzienlijk aantal tank brigades en verschillende onafhankelijke eenheden, de toebedachte rol is niet duidelijk.

- Amerika
Twee tank regimenten met infanterie ondersteunende taken en een cavalerie regiment.

- Duitsland
Drie pantser divisies ontworpen als gevechts eenheden van verbonden wapens met als taak doorbraken te forceren en uit te buiten.

In 1935 begonnen de eerste gevechten (in Ethiopië). Mensen over de hele wereld observeerden en speculeerden en zouden conclusies trekken. Het zou in Duitsland zijn waar de juiste conclusies werden getrokken door die mensen die in de positie waren daar voordeel uit te halen.

De Duitse ervaringen, 1935-1939.

Met het oprichten van drie pantser divisies in 1935 werd Duitsland het middelpunt van de ontwikkeling van de gemechaniseerde oorlogvoering met verbonden wapens. Hier waren twee belangrijke redenen voor. In de eerste plaats was dat Hitler die onder de indruk was van het nieuwe wapen systeem en er voor zorgde dat de conservatieve elementen van het leger Guderian niet konden dwarsbomen. En in de tweede plaats was het Guderian zelf die als enige tank voorstander de vrije hand had gekregen.

De organisatie van de pantserdivisies van 1935 was redelijk uitgebalanceerd met een verhouding van 4 tankbataljons op 3 infanterie bataljons en gemotoriseerde artillerie. Deze organisatie kwam overeen met Guderians experimentele gesimuleerde verkenners bataljon van 1929. Rond 1935 werd er in Rusland gespeculeerd met verhoudingen van 3 op 1 en deed Liddell Hart een voorstel aan de Engelse staatssecretaris van defensie, Hore-Belisha, met een verhouding van 5 op 1. Liddell Hart had de neiging de kant op te gaan van de pure tank organisatie waar hij later weer op terug zou komen. In moderne legers ligt de verhouding meestal 1 op 1.

Guderians basis idee waarvoor de pantserdivisies waren ontworpen was dat de divisie een doorbraak in het front moesten forceren om daarna door te dringen in het achterland van de tegenstander. De infanterie is noodzakelijk om het veroverde gebied zeker te stellen en de vijandige infanterie uit de rug van de tanks te houden. Bovendien is de infanterie nodig in gebieden die niet geschikt zijn voor tanks of als er veel onvriendelijke anti-tank kanonnen zijn. De Franse lichte gemotoriseerde divisie was ontworpen om de infanterie te ondersteunen bij het doorbreken van een front zoals in 1917. De motorisatie werd gezien als voordeel in een reserve situatie en niet om in het achterland van de tegenstander door te dringen.

Het beste bewijs dat de organisatie van de pantserdivisies van 1935 goed was is het feit dat het tot na de aanval op Frankrijk geduurd heeft voordat er grote veranderingen plaats vonden. Deze vonden alleen plaats omdat Hitler het aantal pantserdivisies verdubbelde door de hoeveelheid tanks te halveren. Dit wil niet zeggen dat de originele organisatie perfect was, er werden een groot aantal kleine wijzigingen aangebracht. De genie afdeling bestond aanvankelijk uit een compagnie maar werd al snel uitgebreidt tot een bataljon. De infanterie werd uitgebreidt met een extra bataljon nadat oefeningen hadden aangetoond dat een verhouding van 1 op 1 optimaal was. Ieder tank bataljon ondersteunde, en werd ondersteund door een mobiel infanterie bataljon. Dat is vandaag nog steeds de standaard doctrine. De ervaringen die werden opgedaan in deze oefeningen bleken zeer bruikbaar maar nog belangrijker waren de ervaringen die in oorlogsgebieden werden opgedaan.

De ervaringen van de Italiaans-Ethiopische oorlog (1935-1936) en de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) waren hoofdzakelijk negatief. Eigenlijk werd er bewezen wat er niet met tanks gedaan kon worden en wat de nadelen van tanks waren. Een van de meest belangrijke lessen was de inefficiëntie van de lichte tanks die alleen bewapend waren met machinegeweren. De Italianen stuurden de CV 3/33 naar Spanje en de Duitsers de modernere maar in hoofdzaak gelijke Panzer I. Beide voertuigen waren licht, de CV 3/33 woog 3 ton en de Panzer I woog 6 ton. Beide voertuigen waren licht gepantserd en bewapend met 1 of 2 machinegeweren, waren redelijk manouvreerbaar en bereikten snelheden van 40 kilometer per uur op de weg. Dit waren voertuigen die de Engelse "pure" tank voorstander Martel had voorgesteld in de twintiger jaren. In actie bleken ze zeer kwetsbaar te zijn voor de relatief primitieve anti-tank methodes die er gebruikt werden. Zelfs geïmproviseerde middelen in handen van vastbesloten infanterie bewees deze voertuigen te kunnen beschadigen of vernietigen.

De Russische T 26, T 27 en BT serie tanks bleken ook kwetsbaar te zijn. Deze voertuigen waren beter dan de Duitse en Italiaanse tanks die in Spanje verschenen. Ze waren aanzienlijk zwaarder, 11 ton of meer, bewapend met een combinatie van kanon met machinegeweren en een dikkere pantser bescherming. Russische tanks waren zoveel beter dan de Duitse en Italiaanse tanks dat de Nationalisten probeerden zoveel mogelijk Russische tanks te veroveren en aan het einde van het conflict waren veel van de Nationalistische tank eenheden volledig uitgerust met buitgemaakte tanks. Maar de bestaande anti-tank middelen kon ze ernstig beschadigen en experimentele stukken zoals het Duitse 88mm geschut kon ze zonder moeite vernietigen. Deze gang van zaken brachten de tank voorstanders, de pure tank voorstanders in het bijzonder, in een moeilijke situatie want de tegenstanders, die mensen die helemaal niets zagen in de tank, waren er bijzonder blij mee. De tegenstanders vroegen wat de toekomst kon zijn van de tank als de anti-tank technologie verbeterde nu er gebleken was dat de bestaande anti-tank methodes al in staat waren om iedere bestaande tank te vernietigen, Logischerwijs kon de tank zich niet sneller ontwikkelen als de anti-tank technologie en het zou om die reden zijn dat de tank nooit meer kon doen dan het ondersteunen van de infanterie. Schijnbaar heeft Guderian tijdens de Spaanse burgeroorlog zijn idee van gecombineerde wapens bevestigd gezien. Het feit dat tanks door anti-tank wapens vernietigd konden worden maakte ze nog niet waardeloos. Als de tanks voldoende worden ondersteund door infanterie en artillerie met een gelijke mobiliteit kunnen ze het belangrijkste wapen zijn. Het toevoegen van anti-tank elementen maakte een tank formatie nog krachtiger en Guderian bedacht een nieuwe manier om deze wapens te gebruiken. Hij stelde voor om deze wapens niet defensief te gebruiken maar offensief, om tanks van de tegenstander op te zoeken en niet te wachten in defensieve stellingen tot deze tanks zouden aanvallen. Het is moeilijk om vast te stellen wie er het eerst met dit idee gekomen is omdat Guderian in zijn eigen geschriften bijzonder vaag is, maar in termen van de tweede wereldoorlog verschafte deze tactiek de Duitsers een blijvende voorsprong. De Engelse en Franse anti-tank tactieken waren puur defensief. De Amerikanen en Russen dachten er over om deze wapens offensief te gebruiken maar wisten niet goed hoe dit te doen was.

Vreemd genoeg vondt er in Spanje geen tankslag plaats ondanks de grote aantallen tanks die er naar toe gebracht werden. Dit was het gevolg van het feit dat de tanks hoofdzakelijk als ondersteuning van de infanterie werden gebruikt. Die enkele keer dat er iets radicaals werd geprobeerd was het gewoonlijk een massale frontaanval die puur uit tanks bestonden. Tegenover slecht uitgeruste infanterie had dit een kans op succes maar tegen vastberaden infanterie die redelijk waren uitgerust met artillerie en anti-tank wapens maakte deze tactiek geen enkele kans. Dit was een van de zaken die de Duitsers inzagen maar de Engelsen en Fransozen niet zouden opmerken.

Een interressant aspect van Guderian's basis concept voor de strijd met gecombineerde wapens werd wel tijdens de Spaanse burgeroorlog gebruikt. Dit waren de duikbommenwerpers, een techniek welke was ontworpen door het US Marine Corps. Er was een stevig vliegtuig voor nodig dat in staat was om een bom precies op een uitgekozen doel te werpen. Onder de troepen die Duitsland naar Spanje stuurde waren verschillende formaties met duikbommenwerpers die zeer succesvol bleken te zijn. Iemand heeft er op gewezen dat deze techniek zeer waardevol kon zijn voor troepen die opmarcheerden buiten het bereik van de eigen artillerie en ergens is de beslissing genomen de duikbommenwerpers te gebruiken als vliegende artillerie. Voor de rest van het bestaan van de Duitse gepantserde formaties van de tweede wereldoorlog zouden duikbommenwerpers samenwerken bij de uitvoering van operaties. Dit zeer belangrijke element tijdens de mobiele operaties van de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog heeft weinig aandacht in de studies van voor de oorlog, een ernstig tekort want dit maakt een diepgaande studie van de ontwikkeling van Duitslands mobiele troepen bijzonder moeilijk.

In Spanje bleek de noodzaak om iedere tank te voorzien van een radio. Von Thoma, de Duitse tank commandant in Spanje vond het niet nodig en het zou Guderian twee jaren kosten om de rest van het leger er van te overtuigen dat de radio een belangrijk onderdeel was bij het uitvoeren van succesvolle tank operaties. Uiteindelijk werden de Duitse tanks van radio's voorzien en zou bewezen worden dat Guderian gelijk had.